Het gezin van Cornelis Coolen en Jenneke Swagemakers

Van het huwelijksjaar 1709 tot de dood van Cornelis in 1767

Als Cornelis Coolen en Jenneke Swagemakers in 1709 trouwen is hij 24 en zij 20 jaar oud. Ze wonen in de Stokhasselt, een buurtschap in het noorden van de heerlijkheid Tilburg. Er wonen ten tijde van hun huwelijk veel Colen’s in Tilburg. In de zojuist voorbije 17e eeuw hebben leden van verschillende takken van de familie een belangrijke rol gespeeld in de heerlijkheid. Ze behoren tot de groep van de rijkste boeren, kooplui en en lakenfabrikanten. De bruidegom kwam uit een tak van wolkooplieden en fabrikanten. Deze fabrikanten hadden veelal enkele weefgetouwen in bedrijf waarop lakense stoffen werden geweven. Ze handelden ook in wol en wollen stoffen. Daarnaast hadden ze vaak nog een boerenbedrijf.

Cornelis en Jenneke zullen in de kerk zijn getrouwd door Walter Colen, een ver familielid, die in die tijd pastoor was van Tilburg. Een ander ver familielid, de schatrijke wolkoopman en fabrikant .Adriaan Jan Kolen, was een paar jaar later gildekoning en liet een zilveren schild na met het familiewapen.

Er waren nog meer Colen’s in Tilburg die van aanzienlijke stand waren ten tijde van het huwelijk. De familierelatie daarmee ligt echter ver terug in de tijd.  Het betreft een tak van brouwers die in tweede helft van de 17e eeuw herhaaldelijk hoofdgeërfde, schepen, armmeester en burgemeester van Tilburg waren . Van deze tak leeft ten tijde van ons huwelijk in ieder geval nog Cornelis, de oud-burgemeester en armmeester, en Walter, de pastoor. Deze  kanunnik van Tongerlo zou een paar jaar later in 1715  de tweede kerk van Tilburg stichten op ’t Goirke, toen nog als een schuurkerk.

Tijdens hun lange huwelijksleven (ze zijn 58 jaar getrouwd) laten Cornelis en Jenneke niet veel sporen na in de notariële en gerechtelijke archieven. We kunnen daaruit afleiden dat ze niet veel hebben gehandeld in onroerend goed.  Waarschijnlijk was de lakenhandel de hoofdactiviteit, naast het boerenbedrijf en hebben ze hun hele leven gewoond in hetzelfde huis in de Stokhasselt. Over de erfenis die ze van hun ouders meekregen is niets bekend. Er is nog niet naar gezocht in de archieven. Ze maken samen wel een testament op de langstlevende. Aan het eind van Jenneke’s leven blijkt ze een behoorlijk vermogen na te laten.

Het echtpaar kreeg zes kinderen.  Bij vaders dood in 1767 zijn er nog twee zoons over, Adriaan en Frans. Van de derde zoon Jan leven nog acht kinderen.

De oudste zoon, Jan, werd 47 jaar oud, en trouwde twee keer. Hijzelf en allebei zijn echtgenotes zijn in 1767 al overleden. Van hun kinderen leven er dan nog acht. Toen hun moeder stierf en ze wezen werden was de jongste pas vijf jaar. In 1767 is deze jongste twaalf en de oudste 28 jaar en al getrouwd. De jongere kinderen van Jan zijn mogelijk opgevoed door hun oudste zus die bij het overlijden van hun moeder in 1760 een jaar was getrouwd. Hun grootouders Coolen en hun oom Adriaan hebben daarbij financiële ondersteuning gegeven die met de erfenis wordt verrekend. De weduwe Jenneke heeft bij de dood van haar man al minstens één achterkleinkind. De kinderen zullen goed terechtkomen. Zij vormen de basis van de uitgebreide en aanzienlijke familie Koolen waaruit onder meer minister Koolen is voorgekomen.

De tweede zoon Adriaan is bij het overlijden van zijn vader 47 jaar oud. Hij is al twintig jaar getrouwd en heeft 13 kinderen gekregen waarvan een aantal dan nog leeft. Hij heeft zich op ’t Goirke gevestigd als was- en honingfabrikant (imker). Daar is hij lid van het Sint Ambrosiusgilde samen met zijn zoon die in zijn voetsporen is getreden. Zijn nakomelingen vormen de familie Kolen die later op de Tongerlose Hoef zal wonen. De meeste Kolen’s in Tilburg stammen van deze tak af.

De derde zoon is Frans. Zijn nakomelingen vormen de hier in het volgende hoofdstuk beschreven tak van de de familie Kolen die in de achtste generatie in de mannelijke lijn nu nog één vertegenwoordiger telt, mijn achterneef Willem Kolen (2007).

Kort na de dood van Cornelis laat zijn weduwe haar testament opmaken. Ze woont in de Stokhasselt, waarschijnlijk met het gezin van haar zoon Frans, in een eigen huis “met stal en schop en aangelegen erf”. Ze bezit zo’n vijf hectaren akker- en weiland, 2/3 hectare schaarbos en een perceel “uijtgestoken moerveld”. Daarnaast heeft ze een kleine hectare akkerland in erfpacht (tegen vier vaten rogge jaarlijks). Bovendien bezit ze een tweede huis aan de Stokhasselt. Het grootste deel van de grond is in gebruik bij de weduwe en haar zoon zelf. Een deel is verpacht aan anderen. Ook het tweede huis is verhuurd.

Jenneke regelt in haar testament dat Frans op de ouderlijke boerderij kan blijven wonen. Adriaan erft het tweede huis en een deel van de grond. De kinderen van Jan worden “afgekocht” met een bedrag van 2700 gulden samen, een behoorlijk vermogen in die tijd. Bij aanvaarding daarvan doen ze afstand van al hun eventuele overige rechten. Adriaan en Frans worden benoemd tot executeur en beheerders van al hetgeen wordt nagelaten.